Het Marktgeloof

Marcel Möring in NRC Handelsblad van 5/6-11-2011

Honingdronken van het geloof in de natuurwet van de markteconomie waren we toen we de nutsbedrijven, die leverantie tegen kostprijs garandeerden van het noodzakelijke, offerden op het altaar van de vrije markt met de belofte dat concurrentie en het spel der vrije economische krachten voor lagere prijzen en betere producten zou zorgen. Nu hebben we geen ziekenfonds meer maar een steeds duurdere ziektekostenverzekering. De vrije energiemarkt schrijft onleesbare jaarrekeningen die niet lager werden. En de spoorwegen… Ach…

Tot halverwege de negentiende eeuw controleerde en garandeerde de overheid zelfs prijs en kwaliteit van het brood. De zorg voor de burger was een bestaansreden van de overheid die van, voor en door ons was. Dit idee is geheel uit de tijd geraakt. Voedsel is een eerste levensbehoefte die de overheid ook overlaat aan de markt. Dat is waar, wanneer je vergeet dat deze productie is moet voldoen aan strenge overheidscontrole, bestuurt wordt door een machtig ministerie en op hogen niveau door Europa, dat vorig jaar 1.020 miljoen landbouwsubsidie aan Nederland uitkeerde: Vrije markt?

Niet alleen de Occupy-beweging zet vraagtekens bij de vrije markt. De Eerste Kamer, gesteund door PvdA, VVD, D66, PvdD. SP, GroenLinks, SGP en CU hebben een parlementaire onderzoekscommissie privatisering/verzelfstandiging van de overheidsdiensten ingesteld. De uitkomst daarvan staat al vast: De privatisering had beter gekund, maar ‘het systeem’ deugt.

Het geloof in het kapitalistische systeem als een economische ecologie die zelf evenwicht zoekt heeft ons tot hier gebracht: Overgeleverd aan een markt die er vooral voor zichzelf is, en als het fout gaat de hand ophoudt. Een geloof, zó wanhopig hardnekkig dat we spreken over een Griekse crisis, eurocrisis, economische crisis, maar ons niet afvragen of het systeem wel deugd.

Het begon in de jaren ’80, toen we afscheid namen van de idealen van de solidariteitssamenleving, de verzorgingsstaat en het nutsbedrijf. Zoals altijd gaven de Kunsten toen al aan dat daar op z’n minst iets over te zeggen viel. En zoals altijd luisterde niemand. Want zoals premier Rutte onlangs zei; “Kunstenaars staan met hun rug naar de maatschappij en met de knip naar de overheid.” Hoe anders het bedrijfsleven…
Een citaat uit Oliver Stone’s film Wall Street(1986): “The point is, ladies and gentlemen, that ‘greed’ (hebzucht) – for lack of a better word – is good. Greed is right. Greed works. Greed clarifies, cuts through, and captures the essence of the evolutionary spirit.” Zie ook het boek Bonfire of vanities van Tom Wolfe (1987), waar handelaar in aandelen Sherman McCoy zichzelf en de zijnen ‘Masters of the Universe’ noemde.

De jaren ’70 kenmerkten zich door een slappe economie, breed gevoelde afkeer van ongebreideld kapitalisme en diep wantrouwen jegens het heil van de marktwerking. Troubadour en protestzanger Boudewijn de Groot verwoordde het alsvolgt in zijn hit Jimmy: “Als-ie maar geen voetballer wordt, ze schoppen hem misschien halfdood. Maar liever dat nog dan het bord voor zijn kop van de zakenman, want daar wordt ‘ie alleen maar slechter van.”

In 1979 trad Margareth Thatcher aan als premier van Groot-Brittannië. Een jaar later beleefde Nederland een stromachtige kroning, een signaal van sociale onrust en onvrede. Het jaar daarop werd Ronald Reagan president van de Verenigde Staten. Na drie kabinetten-Van Acht trad Lubbers I aan, dat een Hollandse vorm van Thatcheriaanse economische shockpolitiek doorvoerde en ‘de BV Nederland’ introduceerde. Van nu af aan moesten we meer zelf dragen. Volgens het CDA kon dat als het gezin de hoeksteen van de samenleving bleef – toen al een anachronisme, en een ontkenning van het solidariteitsbeginsel waar deze partij een patent op had. Intussen werd de massa-immigratie gestimuleerd om de industrie draaiende te houden.

We leven in een wereld zoals die de afgelopen dertig jaar is gevormd door de ‘Masters of Universe’, De banken happen naar adem, de euro wankelt, de wereldeconomie strompelt en wie zegt dat dit wel eens kon komen door wat er in dertig jaar is veranderd wordt afgedaan als een idioot. Alsof het marktgeloof van het Westen bij het volle verstand is.

Zou het niet zo zijn dat ‘het systeem’ helemaal niet zo goed werkt en dat een moedige blik op de statistieken aantoont dat ‘de markt’ op eenzelfde manier een geloof is als dat in een alles bestierend opperwezen? Voor wie in God gelooft zijn rampen, tegenspoed, de slechtheid van vele mensen geen negatief godsbewijs, terwijl mooie zonsondergangen, voorspoed en goede gezondheid tekenen zijn dat Hij wel bestaat. Als het fout gaat ligt het niet aan het kapitalistische systeem, als het goed gaat is het een bewijs dat het werkt.

Onze toekomst is verkocht voor snelle winst. Banken en pensioenfondsen hebben risico’s genomen die ons diep raken en nog harder zullen treffen. Nu mogen we daarvoor betalen, maar we mogen niet meebeslissen. Of de bank investeert in wapens, doorverhandelde in giftige bonds of dubieuze staatsleningen, wij kunnen enkel ons geld stallen en meer niet.

Het systeem dat overheidsbemoeienis terugdrong omdat de markt het zelf wel af kon, stort in. De honderden miljarden vliegen ons om de oren. Wie denkt dat het om de Grieken gaat laat zich misleiden; dat geld gaat naar onze banken. En als dat nog niet genoeg is kunnen deze banken rekenen op Europese garanties. Het is tijd om te veranderen.

(transscriptie – met dank aan de auteur en het dagblad)