Door Marcel

In het Britse dorpje Totnes mag sinds kort iedereen overal gewassen verbouwen: Langs straten, fietspaden, bij het gemeentehuis, in het park. “Er is maar één regel”, zegt initiatiefnemer Rob Hopkins: “Iedereen mag oogsten wat hij wil”.

Het is een van de vele initiatieven van Hopkins in de afgelopen vijf jaar, grondlegger van een beweging die snel navolging vindt. Er hebben zich wereldwijd al 900 dorpen en steden bij aangesloten. De beweging heet TRANSITION TOWNS – dorpen in verandering.

Hopkins wil dat lokale gemeenschappen weer greep krijgen op hun eigen voedselproductie en energieverbruik. “Er heerst een gevaarlijk gevoel van machteloosheid. De ene crisis, na de andere rolt over ons heen; de klimaatcrisis, de economische crisis… De machtsverhoudingen in de wereld verschuiven. De olie wordt almaar schaarser en duurder. En we hebben niet het gevoel dat we er ook maar iets aan kunnen doen. Dan is er ook nog het extreem liberale marktdenken. Dat heeft ons grote welvaart gebracht, maar het maakt ons niet gelukkiger, wel eenzamer. We kennen de mensen in onze straat niet meer”.

Hopkins is zojuist aangekomen op het station van Deventer, voor een toespraak op een conferentie over steden in omwenteling. Maar eerst bezoekt hij een moestuin; aan een tafel zitten Marokkaanse, Turkse en Nederlandse vrouwen druk te praten. Hun kinderen spelen samen op het grasveld ernaast. “Fanstastisch! Dit zijn mensen die elkaar waarschijnlijk nooit zouden hebben aangesproken. Maar via een moestuin komen ze in contact met elkaar. Toen we begonnen met Transition Towns zagen we het als een milieuproject: Weg van de olie, weg van landbouw met monoculturen en bestrijdingsmiddelen. Maar ik ben mij gaan realiseren dat het veel groter is. Het raakt de kern van ons mens-zijn. Het is eerder een sociaal-culturele beweging, een antwoord op het individualisme”.

“in Totnes zijn we met een initiatief begonnen; straten in verandering. Mensen uit dezelde straat komen bijelkaar en proberen samen iets op te zetten – wat ze maar willen. Ze plaatsen zonnepanelen of verbouwen voedsel. Aan het eind van elke bijeenkomst spreken ze drie dingen af om te doen, voordat ze elkaar opnieuw ontmoeten. Totnes telt 8.500 inwoners en ik denk dat zo’n tien procent inmiddels meedoet. Ze hebben hun CO-2 uitstoot teruggebracht en besparen elk jaar 700 pond sterling. Maar daar hoor je ze niet over. Ze zeggen: “Nu weet ik wie Dave is verderop in de straat, en Sandra van huisnummer17”.

Het klinkt ongecoördineerd, maar het loopt niet uit op chaos. “We hebben geprobeerd iets te ontwerpen dat zeer aanstekelijk is. Mensen moeten dat doen waar hun passie naar uitgaat, zo hebben we de beweging opgezet. We noemen dat geëngageerd optimisme. Als je hartstocht uitgaat “naar voedsel, moet je je niet aansluiten bij de groep die huizen isoleert”.

“Verder is de beweging Open Source. Mensen wordt nadrukkelijk gevraagd hun ervaringen te delen. Wij weten namelijk ook niet hoe je de verandering het beste kunt bereiken. Alle informatie die we ontvangen, probeer ik te coördineren via onze website. De boodschap is: JE KUNT ZELF IETS DOEN. Je kunt een deel van de contrôle zelf in handen nemen. Als je het alleen doet is het te weinig En als we wachten op de overheid is het te weinig en te laat. Maar als je het samen doet met de mensen om je heen, is het misschien wèl genoeg.”

“Het verschilt per deelnemende gemeente, maar je ziet dat het meestal begint met voedsel. Dat is het makkelijkst. Als je een spade en wat plantjes hebt kun je meteen beginnen. Er zijn geen vergunningen voor nodig (sic) Als je aan de rand van Deventer een windturbine wilt bouwen ben je al gauw vijf jaar verder”.

“De ervaring is, dat er geen misbruik wordt gemaakt van dit initiatief om voedsel te verbouwen. Ik had verwacht dat mensen misschien ’s nachts gewassen zouden vertrappen. Maar dat gebeurt niet. Het werkt op basis van vertrouwen. Iedereen mag oogsten wat ‘ie wil, maar wel met respect. Het werkt erg aanstekelijk!”.

“Zelf heb ik ook een tuin, op een heuvel. Ik heb er terrasbedden op aangebracht, daarin verbouw ik snijbiet, aardappelen en spinazie. Ik heb een kas waarin ik tomaten kweek. We zijn niet zelfvoorzienend, maar dat is ook niet de opzet. We willen geen hoge muur om Totnes en voortaan onze eigen lepels, potten en fietsen maken. Dat is niet reëel. We vinden het gewoon heerlijk als we een paar maanden in het jaar groenten en fruit uit eigen tuin kunnen eten”.

“In Totnes zijn nogal wat ouderen met een tuin waar ze niks mee doen omdat ze niet meer kunnen, of te druk zijn met ander dingen. We proberen ze te koppelen aan jongere mensen die geen tuin hebben en wel voedsel willen verbouwen. Ze betalen wat pacht en geven wat van de opbrengst aan de ouderen. Ook zo brengen we mensen die elkaar niet kennen in contact met elkaar”.

“Het uiteindelijke doel is om de mensen contrôle terug te geven. Dat valt niet mee. We zijn met z’n allen verslaafd aan het kapitalistische systeem. Dat geeft ons voortdurend het gevoel van gebrek, dat we niet genoeg hebben. En dan helpt enkel spullen kopen. Je leest in de krant dat de aardolie opraakt, en ernaast staat een advertentie om voor vijf pond sterling naar Alicante te vliegen”.

“De oveheden willen niet erkennen dat we grote problemen hebben. Ze zijn niet in staat om zich een wereld voor te stellen ná goedkope fossile energie. Transition Towns laat die wereld zien. Met eigen voedsel, een lokale munt, met huizen van hout, leem, vlas en stro uit de buurt. Het levert werk en weerhoudt mensen ervan om weg te trekken. In Totnes hebben we er een bedrijfje bij gekregen dat zonnepanelen plaatst. Er werken inmiddels 20 mensen. Er komen bouwbedrijfjes”.

Interview – in transscriptie overgenomen uit NRC Handelslad d.d.26/27 November 2011 – met Rob Hopkins, initiatiefnemer van Transition Towns. (geredigeerd door Marcel)